De kampioensdag in de Philips Stadion (archief 1991):
Meer beeldmateriaal en supportersfoto's16 juni 1991. Een dag die de boeken in ging als een van de meest spannende ontknopingen in de Eredivisie-geschiedenis. PSV en Ajax begonnen de laatste speeldag met een gelijk aantal punten, waarbij PSV een nipte voorsprong had in doelsaldo (+2). Wat volgde was een middag vol mathematische spanning en een legendarisch moment rondom een klein transistorradiootje.
De Rekensom: Wachten op Ajax
Terwijl PSV in een kolkend Philips Stadion tegen FC Volendam speelde, hield heel Eindhoven de oren gericht op Amsterdam. PSV deed wat het moest doen en won met 3-0. Maar de titel hing af van Ajax - Vitesse. Als Ajax met een monsterscore (zoals 6-0) zou winnen, zou de schaal naar Amsterdam gaan. Ajax won echter ook met 3-0, waardoor het verschil van twee doelpunten exact in stand bleef in het voordeel van PSV.
De Pitch Invasion en de Radiootjes
Na het laatste fluitsignaal in Eindhoven barstte de chaos los. De fans stroomden het veld op voor een pitch invasion, maar de spelers en staf stonden in een angstige cirkel op de middenstip. In Amsterdam werd namelijk nog gespeeld. Reserve-speler Edward Linskens werd de belangrijkste man van de middag; hij klemde een transistorradio tegen zijn oor en hield het hele PSV-kamp op de hoogte van de stand in Amsterdam. In een uniek "dood" moment in de geschiedenis viel het hele stadion stil, duizenden mensen kijkend naar de man met de radio, wachtend op de verlossing van de verslaggever in Amsterdam.
De Stunt van SVV
Het kampioenschap leek een week eerder volledig verloren toen PSV met 4-1 verloor van Groningen. Echter, de kleine club SVV zorgde voor een mirakel door Ajax met 1-0 te verslaan. Hierdoor kregen Bobby Robson en zijn mannen een onverwachte tweede kans op de laatste speeldag. Robson, die later dat jaar werd uitgeroepen tot Trainer van het Jaar, zag hoe zijn team deze kans met de kleinste marge verzilverde.
Het fluitconcert in het begin
Twan Scheepers was er in 1991 bij als speler. En hij herinnert het zich tot in detail. "Het eerste half uur kregen we een fluitconcert", vertelt hij. De spanning in het Philips Stadion was in die beginfase van de wedstrijd niet van vreugde, maar van angst. PSV speelde tegen FC Volendam — op papier een haalbare tegenstander. Maar het publiek was onzeker. Ajax speelde tegelijkertijd in Amsterdam. Iedereen wist: als wij niet winnen, of als Ajax met genoeg verschil wint, zijn we kwijt wat we hadden.
Die onzekerheid sijpelde het veld in. Het team voelde het. De supporters voelden het. En de sfeer was daardoor gespannen, nerveus, met fluiten als uitlaatklep voor de onrust. "Het publiek was ook onzeker", herinnert Scheepers zich. "Logisch. We hadden een week eerder die vreselijke uitslag gehad."
Een week eerder: het bijna-disaster
Want de opmars naar die finale dag ging niet zonder slag of stoot. Een week eerder had PSV met 4-1 verloren van Groningen. Een afknapper van formaat. De schaal leek verkeken. Maar toen deed het kleine SVV iets ongelofelijks: ze wonnen met 1-0 van Ajax. Een mirakel. PSV had plotseling een tweede kans gekregen. Maar de twijfel bleef hangen — was dit team goed genoeg om het te maken?
De bevrijding: Vanenburg
En toen scoorde Gerald Vanenburg. Het doelpunt dat de last van alle schouders nam. Scheepers: "Er viel een last van ons af." Fysiek bijna voelbaar. Het fluitconcert verdween als sneeuw voor de zon. Het Philips Stadion veranderde van een nerveuze heksenketel in een feestpaleis. PSV was op weg. En er was geen weg terug.
De transistorradio van Edward Linskens
Maar het was pas echt voorbij toen in Amsterdam de wedstrijd Ajax - Vitesse klaar was. Reserve-speler Edward Linskens hield het hele PSV-kamp op de hoogte met een transistorradio tegen zijn oor gedrukt. Het hele stadion keek naar hem. Zwijgend. Wachtend. In een moment dat uniek is in de Nederlandse voetbalgeschiedenis viel een voetbalstadion volledig stil — duizenden mensen, kijkend naar één man met een klein apparaatje.
En toen het nieuws goed was — Ajax had met 3-0 gewonnen, niet genoeg om PSV te passeren op doelsaldo — barstte de hel los. Het beste soort hel.
"Ik kan er nog steeds emotioneel van worden"
Scheepers beschreef zijn gevoel op dat moment later met simpele maar rake woorden: "Prachtig. Ik kan er nog steeds emotioneel van worden."
En dat is precies wat dit kampioenschap is: niet alleen een titeldag, maar een emotionele achtbaan van angst, twijfel, bevrijding en pure extase. Eén van de mooiste in de PSV-geschiedenis — en dat terwijl het op doelsaldo was gewonnen, op een dag in juni waarvan niemand verwachtte dat hij zo legendarisch zou worden.
Romário: 48 goals, nachtbraker, en dan — naar het vliegveld
Het grootste talent dat Eindhoven ooit heeft gezien
Romário de Souza Faria. Zijn statistieken voor PSV in de seizoenen 1988-1993 zijn astronomisch. In het kampioensjaar 1990/1991 scoorde hij maar liefst 48 doelpunten in alle competities. Achtenveertig. In één seizoen. Dat is geen voetbalspeler meer, dat is een verschijnsel.
Op het veld: onstopbaar, intuitief, geniaal. Een speler met een neus voor de goal die zijn tijdgenoten verblindde. Guus Hiddink — die hem later bij het Nederlands elftal zou trainen — noemde hem in zijn beginjaren bij PSV al "dat luie Braziliaantje". Want Romário deed op de training precies wat hij wilde. En buiten de training deed hij ook precies wat hij wilde.
De nachtbraker van Eindhoven
Romário was een legende buiten het veld. Een nachtbraker van de bovenste plank. Hij was dol op het nachtleven, op Rio-tijden in een Eindhovense context. Managers — zowel Hiddink als later Bobby Robson — vonden hem vrijwel onmogelijk te disciplineren buiten het veld. Hij verscheen soms niet of nauwelijks op training. Hij hield zijn eigen tijdschema aan. En dan ging hij op zaterdag het veld op en scoorde hij twee, drie goals.
Zijn eigen zelfomschrijving in gebroken Nederlands is legendarisch geworden: "Romário is beetje moe. Geef Romário bal. Romário schiet bal in doel." Dat was Romário in een notendop. Training? Bijzaak. Nachtleven? Essentieel. Scoren? Vanzelfsprekend.
Guus Hiddink noemde hem al vroeg "dat luie Braziliaantje" — bedoeld als kritiek, maar toch met een ondertoon van bewondering voor wat die luiheid op het veld tot stand bracht. Ploeggenoten, inclusief Twan Scheepers, haalden hem soms letterlijk uit bed om op training te verschijnen. Scheepers: "Ongelooflijk wat die Romário met een bal kon. Als hij er zin in had."
De kampioensdag — en de kleedkamer
Op 16 juni 1991, de dag van de kampioenstitel, speelde Romário zijn rol op het veld. PSV won met 3-0 van FC Volendam — met doelpunten van Vanenburg, Ellerman en Popescu. En tijdens de pitch invasion, terwijl duizenden supporters het veld opstroomden, was Romário opvallend snel verdwenen van het toneel.
Typisch Romário. Hij had zijn bijdrage geleverd op het veld — 48 goals dat seizoen. De rest was voor hem bijzaak. Terwijl Edward Linskens met de radio het stadion in spanning hield voor het nieuws uit Amsterdam, stond Romário er niet meer bij te wachten. Hij had andere plannen.
Zijn ploeggenoten bevestigen het beeld: als het veld hem niet nodig had, kon je Romário niet managen. Scheepers: "Ongelooflijk wat die Romário met een bal kon. Als hij er zin in had." Die laatste bijzin zegt genoeg. Als hij er zin in had.
Typisch Romário
Is dit schandalig? Misschien. Is het typisch Romário? Absoluut. De man die 48 goals scoorde, die PSV een kampioenschap gaf met zijn benen, die jaar na jaar oversteeg wat mogelijk leek — die man deed ook dit op zijn manier. Zijn eigen manier. Hij had zijn bijdrage geleverd op het veld. De rest was, voor hem, bijzaak.
In Brazilië zeiden ze altijd over Romário: "God heeft hem gemaakt om te scoren." Niet om bij schaaluitreikingen te staan. Niet voor trainer-correcties op training. Niet voor de vluchten die altijd te laat komen. Maar om te scoren. En dat deed hij. 48 keer.
Was jij op het veld bij de Pitch Invasion?
Wij zoeken supporters die die middag op de middenstip stonden of andere mooie verhalen hebben over dit kampioenschap. Deel hier jouw herinnering.